Gedragsprotocol de Piramide Ridderkerk

Omgaan met kinderen, leerkrachten en ouders gebeurt op ieder moment van de dag op de Piramide. In dit gedragsprotocol staat waar wij als school de aandacht op richten en wat wij belangrijk vinden.

We gaan uit van het goede bij/van kinderen.

Wij zorgen dat in onze school - op het gebied van omgaan met elkaar - dezelfde regels gelden en gehanteerd worden.

Ruzie, pesten of je niet aan de regels houden komt op elke school voor. Ook bij ons. Ongewenst gedrag tolereren we niet.

3.

Wij spreken over 3 elementaire kernwaarden:

Zorg voor jezelf

Zorg voor de ander

Zorg voor de omgeving

 

Wij bevorderen het gewenste gedrag door zelf het goede voorbeeld te geven en te werken met sociaal-emotionele activiteiten. Hieronder staan een aantal activiteiten uitgeschreven.

  • Gesprekken over gedrag (bijv. verschil plagen/pesten)

  • Algemene gedragsregels door de hele school (zie bijlage)

  • Gedragsregels per groep, door de kinderen opgesteld (koppeling aan de 3 kernwaarden)

  • We starten het nieuwe schooljaar met lessen om de groep te vormen (Gouden weken)

  • SOEMO-kaarten leren hoe je je moet gedragen in bepaalde situaties

  • Zonnetje in de klas: één kind staat die week in de belangstelling en krijgt veel complimenten

  • Complimentenkaarten: om kinderen te leren te complimenteren

  • Groepjes complimenten: elke klas heeft hier zijn eigen afspraken over een voorbeeld hiervan is dat je als groepje een zonnetje kunt verdienen bij gewenst gedrag.

 

Op de Piramide hebben we veel aandacht voor waarden- en normenontwikkeling van kinderen. De directie betrekt de ouders in dit proces door het gedragsprotocol te noemen bij de inschrijving van de kinderen. De leerkrachten vertellen kort over de afspraken omtrent gedrag op de informatieavond aan het begin van het schooljaar.

Ook vragen we ouders in een vroeg stadium medeverantwoordelijkheid te dragen voor het gedrag van hun kind op school en daarbuiten. Als er ongewenst gedrag wordt vertoond, is er contact met de ouders. Indien ouders zelf naar de directie gaan, wordt hen gevraagd eerst met de groepsleerkracht te spreken.

 

Wat is ongewenst gedrag?

Wij verstaan onder ongewenst gedrag:

  • Het gezag van de leerkracht ondermijnen en het niet tonen van respect

  • Consequent opvallend, storend en agressief gedrag vertonen

  • Regelmatig betrokken zijn bij conflicten

  • Fysiek geweld t.o.v. anderen en materialen kapot maken

  • Verbaal geweld (schelden en vloeken)

  • Pesten

  • Werkweigering

 

 Stappenplan bij ongewenst gedrag

 

Stap 1

Bij ongewenst gedrag  wordt het kind door de leerkracht één keer gewaarschuwd. Bij herhaling binnen korte tijd volgt een sanctie. Deze sanctie staat in relatie met de ‘overtreding’ . Er volgt een gesprek van de leerkracht met de leerling (notitie in Parnassys).

 

Stap 2

Als het kind in een periode van 3 weken, vakanties uitgezonderd,  drie keer een sanctie heeft gehad of als onacceptabel gedrag heeft plaatsgevonden, neemt de leerkracht meteen contact op met de ouders en informeert hen over het ongewenst gedrag van hun kind. Samen proberen zij tot een goede oplossing te komen. De directeur en/of de locatieleider en de intern begeleider worden ingelicht over dit gesprek. Na een periode van drie weken begint elk kind weer met een schone lei. De leerkracht maakt een verslag van de gebeurtenissen en de eventuele sancties(Parnassys). Ook stelt de leerkracht, in overleg met de IB-er, een individueel handelingsplan gedrag op.

 

Stap 3:

1.   Als de leerling ook in een tweede periode ongewenst gedrag vertoont, of als het beleid onder stap 1 en stap 2 onvoldoende werkt, dan worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek. Dit gebeurt door de leerkracht en de intern begeleider.

2.   In het gesprek worden de zorgen t.a.v. het ongewenste gedrag besproken en wordt geprobeerd om tot gezamenlijke afspraken te komen.

3.  Deze afspraken worden samengevat in een verslag. In dit verslag wordt een evaluatiedatum opgenomen, ondertekend door de leerkracht en opgestuurd naar de ouders. Ouders ondertekenen dit verslag voor gezien. De leerkracht meldt dit bij de intern begeleider.

4.   Het verslag wordt gearchiveerd in het leerlingdossier (Parnassys).

5.   Op het afgesproken evaluatiemoment spreken de ouders, de leerkracht en     de intern begeleider over hun bevindingen.

6.   Bij verbetering van het gedrag wordt afgesproken de leerling te blijven volgen. Indien nodig worden de ouders opnieuw benaderd voor een gesprek.

 

Na deze stap kan de uiteindelijke noodmaatregel, de schorsing c.q. verwijdering van een leerling ingezet worden Dit gebeurt altijd in overleg met de leerplichtambtenaar.

 De directeur is eindverantwoordelijk voor de gang van zaken op de school. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij de directeur afwijkt van het stappenplan. Indien een leerling zich ontoelaatbaar gedraagt, kan dit leiden tot een onmiddellijke schorsing. In specifieke gevallen (gedragsstoornissen) kan er sprake zijn van een aangepaste vorm van dit beleid. Dit staat uitgewerkt in een persoonlijk handelingsplan die de leerkracht maaktin overleg met de intern begeleider. Ook worden de collega’s geïnformeerd over deze speciale kinderen i.v.m. de pleinwacht

Bijlage 1 :

Zeer Belangrijk!!

De omgangsregels op de Piramide

De omgangsregels worden aan het begin van elk schooljaar samen met de leerlingen van de groep besproken.

Er vindt terugkoppeling plaats van gedrag van leerlingen op het plein naar de eigen leerkracht door de pleinwacht.

De leerkracht wordt bij ons op school aangesproken met juf of meester en dan de voornaam.

Je komt op tijd. Als je te laat bent, vertel je de juf of meester netjes waarom.

Leerlingen spreken een volwassene met twee woorden aan (“ja juf, nee meester”).

Als je iets niet verstaat zeg je: “Wat zeg je / zegt u?” en niet “hu” of “wat”. 

De leerkracht groet als kinderen binnenkomen in de klas. Kinderen groeten terug. 

Wij verwachten dat leerlingen je aankijken als je tegen ze spreekt. 

We spreken op school alleen Nederlands, ook met elkaar.

Leerlingen komen niet aan spullen die op het bureau van de leerkracht liggen. 

Wij wachten met het eten van een lunch/traktatie totdat iedereen iets heeft.  

Leerlingen en leerkrachten dragen in de klas geen pet, hoed of muts.

Je klopt op de deur als je iets vraagt in een andere klas.

Als je iemand iets geeft zeg je: “alsjeblieft”, als je iets krijgt zeg je: “dank je wel”.

Je wacht op je beurt

Je wacht met praten /vragen tot de juf/meester tijd voor je heeft.

Als juf of meester geef je altijd het goede voorbeeld.

 

Bijlage 2: Pleinregels

Pleinregels Centrum

Algemene regels

      Zorg voor de ander en je omgeving: Wanneer je een balspel speelt en er ouders, peuters ed. voorbij komen, roep/houd dan “bal vast!”

      Wanneer er een bal over het hek is en je deze wilt halen, vraag je dit eerst aan de juf/meester. 1 kind mag dan de bal halen.

      Wanneer je naar de wc wilt, vraag je dat eerst aan de juf/meester

      De brandtrap bij groep 8 blijft leeg, dit is geen speelplek

      Op het bordes wordt niet met karren en fietsen gespeeld

      Stoepkrijten doen we op de stoep

      Wanneer er iets gebeurt wat niet mag, krijg je 1 waarschuwing. De 2e keer volgt er straf.

 

Tuin

      De tuin is voor groep 4 t/m 8

      Groep 4 en 5 mag in de kleine pauze in de tuin, groep 6 t/m 8 ook in de grote pauze.

      We blijven op de paden

      De weekbeurt van groep 7 Lisette en groep 5 Petra H. controleren elke pauze of het hek dicht is

      Wanneer het slecht weer is, is de tuin gesloten. Er worden dan pillonnen neergezet door de weekbeurt. Deze pillonnen staan in de gang.

 

Speeltoestellen

      Zorg voor je omgeving: Alle toestellen worden gebruikt waar ze voor bedoeld zijn.

(Bijv. de glijbaan is om naar beneden te glijden en de tafeltennistafel om te tafeltennissen en niet om op te staan)

 

Zandbak

      Iedereen mag in de zandbak

      Het zand blijft in de zandbak

      Alle lossen spullen gaan aan het einde van de buitenspeelbeurt in de zandbak

      Wanneer het mooi/warm weer is, mogen je schoenen uit.

 

Vogelnest

      Er mogen max. 3 kinderen in het vogelnest

      Bij de midden- en bovenbouw wordt er na 60 tellen gewisseld

      We maken een rij langs het hek, om ongelukken te voorkomen

 

Pannaveld

      Dit is de plek waar wedstrijdjes kunnen worden gespeeld

      Er wordt volgens schema gebruik gemaakt van het pannaveld

 

Wipkip

      Er mag 1 kind op de wipkip

      De wipkippen zijn voor kinderen van groep 1 t/m  4.