Lancastermonument

Lancastermonument

Het Lancastermonument is geadopteerd door onze school. Tijdens de jaarlijkse herdenking spelen de kinderen van groepen 8 een belangrijke rol. Ook de groepen 7 zijn bij de herdenking aanwezig omdat zij deze traditie een jaar later overnemen.
De jaarlijkse herdenking vindt plaats in september en iedereen is daarbij van harte welkom.

Tot nu toe

 

29 juni 1943
Een Britse Lancaster (bommenwerper) stort neer aan de Rijksstraatweg in Rijsoord, Ridderkerk. 

21 september 2002
Het Lancastermonument aan de Rijksstraatweg in Rijsoord wordt onthuld. 

29 juni 2005
Eerste landelijke Veteranendag. Er is voor deze datum gekozen als eerbetoon aan Prins Bernhard, die op 29 juni 1911 geboren werd. 2005 Onze school adopteert het Lancastermonument. 

29 juni 2006
In Ridderkerk wordt voor het eerst een gemeentelijke Veteranendag gehouden. Bij de herdenking bij het Lancastermonument zijn de groepen 7 en 8 van onze school aanwezig. Er wordt door kinderen uit de groepen 8 een gedicht voor gelezen, er wordt een lezing gegeven over hoe de bemanning zich de laatste minuten gevoeld moet hebben en door leerlingen worden de Engelse, Canadese en Nederlandse vlaggen gehesen tijdens het spelen van de verschillende volksliederen. Daarna steken de kinderen rozen in de haag rond het monument. 

Het verhaal van de Lancaster 

Vijf Britten en twee Canadezen vertrekken op 29 juni 1943 in een Lancaster bommenwerper om, in een vloot van zeshonderd vliegtuigen, een van de zwaarste luchtaanvallen van de Tweede Wereldoorlog op Keulen uit te voeren. Nadat ze de stad in lichterlaaie hebben gezet wordt de Lancaster om 02.15 uur vanuit zijn dode hoek beschoten door een Duitse nachtjager. Het toestel vliegt direct in brand en maakt een duikeling naar de grond. Om 02.50 uur slaat de in een vuurbal veranderde bommenwerper tegen de grond bij Rijsoord, tegenover de plek waar de Voorweg uitkomt op de Rijksstraatweg. In de krater die het vliegtuig geslagen heeft liggen verkoolde, uiteengereten en dus onidentificeerbare lijken van de bemanning. De Duitsers stoppen de lichaamsresten bij elkaar in één kist en laten een massagraf aanleggen op de algemene begraafplaats van Crooswijk. Op de gedenksteen prijkt ook de naam van Ronald G. Storr. Er wordt verondersteld dat niemand de crash heeft overleefd. Dit blijkt echter niet waar. In 1980 verschijnt het boek "En toen was het stil ..... : de luchtoorlog boven IJsselmonde", geschreven door Hans Onderwater. In dit boek staat het verhaal van Ronald G. Storr. Citaat: Ik reikte naar mijn parachute en merkte dat deze al smeulde. Met mijn handen sloeg ik de vlammen uit, haakte de parachute aan en maakte dat ik als de duivel uit het toestel kwam. Terwijl ik naar buiten tuimelde en de koude wind me met een klap wegsloeg, zag ik E for Easy (het vliegtuig) als een brandend stuk vuurwerk boven me verdwijnen. Einde citaat. 

Storr landt in de polder Nieuw-Bonaventura in Strijen en wordt daar opgevangen door Hoekschewaarder Cor Tuk. De grote vleeswonden aan zijn bovenbenen worden verzorgd. Vervolgens wordt hem door de burgemeester verteld dat het onmogelijk is hem uit vijandelijke handen te houden. De Duitsers brengen hen onder in Stalag IVb, een kamp in de buurt van Juhlberg. Daar zit hij gevangen tot de bevrijding. Zwak en ondervoed keert hij terug naar Engeland, waar hij hoort dat hij de enige overlevende is van de Lancastercrash. Als hij zijn psychische crisis en schuldgevoel enigszins te boven is, probeert hij meer te weten te komen over zijn vrienden die in Rijsoord de dood vonden. Zo komt hij uiteindelijk op de algemene begraafplaats van Crooswijk uit. En leest hij op een van de graven een rijtje namen. Waaronder die van zichzelf.